Wat is kinderfysiotherapie?
Kinderen moeten leren bewegen. Spelenderwijs ontwikkelen kinderen hun zintuigen en motoriek. Meestal gaat dat goed en merk je daar bijna niets van, maar soms duurt het langer of ontwikkeld het kind zich anders dan anderen. Dit zou kunnen komen door een aandoening aan de zintuigen, organen, het zenuwstelsel of het houdings- en bewegingsapparaat. Die kinderen kunnen daardoor te weinig bewegingservaring opdoen. Ze hebben meer oefening nodig om bepaalde vaardigheden onder de knie te krijgen. Of ze moeten leren met minder mogelijkheden zich zo optimaal mogelijk verder te ontwikkelen. Deze kinderen vallen binnen de doelgroep van de kinderfysiotherapeut.

Kinderfysiotherapie is een specialisatie binnen de fysiotherapie met een specifieke doelgroep, namelijk de kinderen met problemen in het bewegend functioneren van 0-18 jaar. Een kinderfysiotherapeut heeft na de opleiding tot fysiotherapeut zich gespecialiseerd in het bewegingsapparaat van kinderen. Deze kennis is opgedaan aan een driejarige master opleiding. Het bewegingsapparaat en het bewegen van kinderen onderscheidt zich van volwassenen omdat een kind in groei en ontwikkeling is. Naast motoriek zijn er een heleboel andere ontwikkelingen die tegelijkertijd plaatsvinden, zoals de sociale en emotionele ontwikkeling, cognitieve (geestelijke) ontwikkeling, spraaktaal ontwikkeling en spelontwikkeling. Deze ontwikkelingen vinden tegelijkertijd plaats en beïnvloeden elkaar positief danwel negatief. Soms wil een vooruitgang op het ene gebied een tijdelijke stilstand op het andere gebied veroorzaken. Om kinderen te behandelen is het nodig om hiervan goed op de hoogte te zijn en deze ontwikkelingsfasen te herkennen en onderkennen als een normale ontwikkelingsfase. Daarnaast is ook de benadering van een kind dermate anders dan van een volwassene.
Welke kinderen komen nu bij de kinderfysiotherapeut?
De kinderfysiotherapeut ziet kinderen met aangeboren afwijkingen, neurologisch, orthopedisch of van andere oorzaak die problemen hebben met de motorische ontwikkeling, daarnaast worden ook kinderen met houdingsafwijkingen, problemen met spieren en/of gewrichten behandeld.
Een aantal voorbeelden:
Baby:
- Prematuur geboren, waarbij er problemen zijn in het verzorgen en/of de ontwikkeling van de motoriek.
- Overstrekken, veel onrust hebben en/of veel huilen.
- Een voorkeurshouding en/of eenzijdig bewegen, dit kan samengaan met een scheef hoofdje of afgeplat achterhoofd.
- Motorische ontwikkelingsachterstand.
- (Aangeboren) aandoeningen welke de motoriek beïnvloeden.
Peuter/ Kleuter:
- Problemen van grofmotorische vaardigheden zoals fietsen, evenwichtsoefeningen, 1 been staan, springen,
klimmen, klauteren, gooien en vangen.
- Problemen in de fijnmotorische vaardigheden zoals knippen, plakken en kleuren.
- Afwijkend looppatroon.
- (Aangeboren) aandoeningen welke de motoriek beïnvloeden.
Schoolgaand kind/ puber/ adolescent:
- Problemen in de grof- en fijnmotorische ontwikkeling.
- Schrijfproblemen.
- Houdingsproblemen.
- (Aangeboren) aandoeningen welke de motoriek beïnvloeden.
- Developmental Coordination Disorder (DCD).
Kinderen tot ongeveer 2 jaar kunnen aan huis worden onderzocht en behandeld.





